Preek: Ik voel me (niet) geroepen!

mozesPreek over Exodus 3:7-4:17. Gehouden in de Plantagekerk Zwolle op 25 augustus 2013.

We gaan samen luisteren naar het verhaal van de roeping van Mozes. Ik heb als titel boven de preek gezet: ik voel me niet geroepen. En dan het woordje ‘niet’ tussen haakjes.

‘Ik voel me niet geroepen’ is misschien een herkenbare uitspraak. Er kwam iemand naar je toe en die vroeg wat aan je. Of je was in z’n algemeenheid in gesprek. Er moet iets gebeuren in de kerk of op school of waar dan ook maar. En dan overweeg je dat even en dan zeg je: ‘ik voel me niet geroepen. Dat moet een ander maar doen.’

En dat is eigenlijk in een notedop de thematiek waar het in deze preek over gaat. Als we er bij stil staan dat Mozes geroepen wordt door God. Hij hoort de stem van God en we ontmoeten een Mozes die het erg moeilijk vindt om die stem tot zich door te laten dringen en er op in te gaan. En toen ik daar deze week mee bezig was toen viel het mij zo op dat er ook verhalen in de bijbel zijn waarin het heel anders gaat. Ik moest denken aan de roeping van de leerlingen van Jezus en dan zijn we in het Nieuwe Testament.

Marcus 1: 16-17: Toen Jezus langs het Meer van Galilea liep, zag hij Simon en Andreas, de broer van Simon, die hun netten uitwierpen in het meer; het waren vissers. Jezus zei tegen hen: ‘Kom, volg mij! Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’

Dat zijn twee botsende verhalen. Mozes die geroepen wordt. Mozes die het volk Israel uit Egypte mag leiden. Met een eindeloze dialoog waarin Mozes het ene bezwaar na het andere bezwaar uit. En deze twee leerlingen horen Jezus zeggen: volg mij! En ze gaan. En later volgen meer leerlingen Jezus.

Als wij nu naar het verhaal van Mozes luisteren leren we ook iets over discipelschap. Dat is een thema dat mij momenteel erg bezighoudt. Hoe kun je een discipel van Jezus zijn, een leerling van Jezus zijn? Ik geloof dat er twee belangrijke vragen zijn die je dag in dag uit zou moeten stellen om te groeien in leerling van Jezus zijn. Om te groeien in het volgen van Jezus, achter hem aan gaan. Mozes wordt geroepen door God. God zegt tegen hem: ga achter mij aan. En Jezus zegt tegen zijn leerlingen: ga achter mij aan.

En die twee vragen zien we glashelder terug in het verhaal van de roeping van Mozes. Dit zijn de twee vragen die we dan elke dag zouden kunnen stellen:
Wat zegt God tegen mij?
En wat ga ik daarmee doen?

Het zijn vrij basale eenvoudige vragen. Wat zegt God tegen mij? Wat ga ik daarmee doen? Dat is eigenlijk de kern van het discipel van Jezus zijn dat je die twee vragen eigenlijk steeds weer stelt. Wat zegt God tegen mij?

Hij zegt bijvoorbeeld tegen mij: ‘help die persoon die op je weg komt.’ En dat zegt hij waarschijnlijk niet letterlijk. Je hoort niet een stem uit de hemel maar er komt iemand op je pad of iemand anders vraagt jou om hulp te geven. En zo komt Gods stem jouw leven binnen. Wat zegt God tegen mij? Help die ander en dan volgt er wat. Ga ik dat doen of ga ik dat niet doen. Of je hoort Gods stem: vergeef die ander. En we vinden het in de kerk altijd prima dat er gezegd wordt dat we elkaar moeten vergeven. Maar als weer buiten staan na de kerkdienst dan zeggen we: in mijn situatie is dat wel te moeilijk. Dus je hoort Gods stem in de kerkdienst: vergeef. En dan vraag je jezelf in de dagelijkse praktijk af: Wat ga ik er mee doen? Hopelijk veel. Maar het kan ook niets zijn.

*

Mozes staat daar. Wat zegt God tegen hem. Dat is vrij duidelijk. Ga mijn volk leiden uit Egypte. En Mozes vraagt zich af: wat ga ik er mee doen. En vooralsnog zegt hij tot vijf keer toe: daar ga ik helemaal niets mee doen. Vijf keer, zegt Mozes dat.

Dat doet mij denken aan de vijf dierbare nieten van Willem Schortinghuis uit de 18e eeuw. Willem Schortinghuis is één van de leiders geweest van de beweging die wel de Nadere Reformatie wordt genoemd. En dat is een reformatie die zegt: prachtig die reformatie uit de 16e eeuw, maar dat ging alleen maar over het hoofd. Er moet nu nog een reformatie op het niveau van het hart komen. Een Nádere Reformatie. En die Willem Schortinghuis schreef een boek ‘Het innige christendom’. Dit boek gaat dus over iemand die heel erg naar binnen gekeerd is en op een hele krachtige manier.

Deze Willem Schortinghuis bedacht de vijf dierbare nieten. Deze nieten:
ik wil niet,
ik kan niet,
ik weet niet,
ik heb niet en
ik deug niet.

Dat was een beetje de typering van zijn geloofsleven. Ik wil niet, ik kan niet, ik weet niet, ik heb niet en ik deug niet. Dat is een vrij sombere geloofsbeleving. Misschien mag ik dat wel eerlijk zeggen dat ik dat vind. En ik hoop ook dat dit niet de sfeer is die we in de kerk hebben. Ik wil niet, ik kan niet, ik weet niet, ik heb niet en ik deug niet. Want we mogen geloven dat we in Christus wél willen en kunnen en weten en hebben en deugen, dankzij Christus.

Maar zoals gezegd, het was voor mij een associatie en het helpt mij om het verhaal van Mozes te vertellen aan de hand van de vijf dierbare nieten. Ze zijn ook niet zo dierbaar, je zou zeggen: het zijn vijf onverteerbare nieten.

*

Het verhaal van Mozes roept twee reacties op bij mijzelf. Het eerste is dat ik het wel snap. Je zult maar geroepen worden om een compleet volk Israel uit Egypte te leiden. En Mozes heeft nog nauwelijks ervaring. Dat komt straks allemaal nog. Het is ook een vrij groot drama geworden, 40 jaar lang. Dat wist Mozes niet van te voren. Het is ook heel wat om geroepen te worden om een compleet volk uit een land te leiden. Dus ik kan me zo voorstellen dat Mozes daar zo zijn moeite mee heeft. Het is heel menselijk en herkenbaar. Mozes kan dus wel op onze sympathie rekenen. Dat is de ene kant.

De andere kant is dat Mozes de stem van God heel helder hoort. God heeft zich net aan Mozes heeft voorgesteld. Bovendien staat die doornstruik staat daar nog steeds te branden. Die God die zich net heeft voorgesteld spreekt zeer helder en zegt tegen Mozes: ga en leid mijn volk uit Egypte. God tegen Mozes: ga. En wat zegt Mozes? Hij zegt vijf keer nee. En laten we zeggen de sympathie overheerst wel bij mij want ik herken dat.

Als we het verhaal volgen dan zien we aan het eind dat God kwaad wordt. Toen had Hij het even helemaal gehad met Mozes. En dat is niet zo plezierig om te horen. Dat moet in deze preek ook wel klinken. God wil graag spreken in ons leven. Hij wil graag dat wij voortdurend die vraag stellen: Heer wat zegt u tegen mij? En dat we steeds de vraag stellen: wat ga ik daarmee doen? Laten we zo het verhaal langs gaan.

*

De eerste keer dat Mozes nee zegt, zegt hij eigenlijk: ik deug niet. Dat is in hoofdstuk 3:11. De eerste nee. Wie ben ik dat ik naar de farao zou gaan? Ik deug niet.

Even voor de helderheid. Er is hier nu in de kerk niemand die geroepen wordt het volk Israel uit Egypte uit te leiden. Dat was de roeping van Mozes. Mozes werd daartoe geroepen. Wij niet.
Dit betekent niet dat zo’n verhaal geen betekenis heeft. Want als we iets meer doorvertalen dan zien we dat Mozes wordt geroepen om het volk Israel uit Egypte te leiden. Hij wordt geroepen om een bevrijder te zijn. Als we dat doortrekken naar onszelf dan worden we misschien toch geroepen.

We worden geroepen om bevrijdend aanwezig te zijn in het leven van andere mensen. Ben jij iemand die bevrijding brengt. En voel je je geroepen om andere mensen die vrijheid te leren kennen? Dat is het diepere niveau. Komt de vraag die God aan Mozes stelt bij ons binnen?
En op dit moment zegt hij tegen Mozes: jij moet mijn volk uit Egypte leiden. Het is prachtig dat Mozes dan zegt: wie ben ik? Want bescheidenheid siert de mens. Dat kan ook weer op onze instemming rekenen.
Het is een hele andere Mozes dan de Mozes van veertig jaar geleden. Toen dacht hij, laat ik nou eens even een daad van bevrijding stellen: ik sla een Egyptenaar dood. Hij begon op eigen initiatief. God had hem niet geroepen. God had niet gezegd: sla die Egpyptenaar dood. Dat deed Mozes zelf. Hij hoorde naar zijn eigen stem. Zijn eigen hart. Dat is wel heel anders dan nu. Want hij zegt niet: Heer, ik ben nu 40 jaar ouder en wijzer: laat mij dat klusje maar opknappen. Ik wil het volk Israel wel uit Egypte leiden. Dat doet Mozes niet. Hij is bescheiden. Hij zegt: daar deug ik helemaal niet voor.

En dat gevoel hebben we soms ook. Dat we iets op ons af zien komen en dat we het gevoel hebben: dat zit helemaal niet in me. En dat kunnen ook echt dingen zijn die niet in je zitten en daarom moet je jezelf de vraag stellen: wat zegt God tegen mij? Soms zegt iemand tegen jou: jij mag dat gaan doen. Je mag voor jezelf in alle vrijheid de vraag stellen: is het nou God die tot mij spreekt? Wat zegt God tegen mij? En het kan zijn dat God door zo iemand heen jou aanspreekt maar het kan ook zo zijn dat het niet zo is. Daar mag je zelf op een geestelijke manier mee bezig zijn en misschien andere mensen vragen, luisteren naar wat je eigen hart daarin zegt. Maar Mozes krijgt nu hier te horen. Jij mag een bevrijder worden. Jij mag nu je naam waar gaan maken.
De naam bevrijder had Mozes gekregen van die Egyptische prinses. Mozes, dat betekent: uit het water getrokken. Dus Mozes is uit de ellende getrokken en hij mag nu het volk Israel uit de ellende trekken. Hij mag zijn naam waar gaan maken. Het past bij zijn naam om een redder te zijn, iemand die mensen uit de rommel trekt.

Maar dan zegt Mozes: wie ben ik dat ik naar de farao zou gaan en de Israelieten uit Egypte zou leiden? Mozes is bescheiden. En dat is mooi. God gaat daar geduldig mee om. Hij zegt in alle vriendelijkheid: ik zal bij je zijn. Kijk maar niet naar jezelf. Het is prima om niet naar jezelf te kijken. Ik zal bij je zijn.

*

Maar Mozes vertrouwt God niet. Hij heeft het antwoord van God even op zich in laten werken en dan volgt de tweede niet. Mozes zegt: ik weet het niet. Stel dat ik naar de Israelieten ga en tegen hen zeg dat de God van hun voorouders mij gestuurd heeft en ze vragen wat is de naam van die God, wat moet ik dan zeggen. Ik weet het niet.

Kunnen we dit begrijpen? Ik vind het een beetje moeilijk om dit te begrijpen. Want God heeft zich namelijk net voorgesteld daar bij die brandende doornstruik. Hij zegt: ik ben de God van jouw vader. Ik ben de God van Abraham, de God van Izaak en de God van Jacob. Met die God heb je te maken. Jij heet Mozes en ik heet de God van Abraham, Izaak en Jacob.

Het is een beetje een onheuse vraag van Mozes. Maar God is geduldig. God is echt ongelooflijk geduldig. En Hij gebruikt deze wat onheuse vraag van Mozes zelfs om iets heel belangrijks over zichzelf te zeggen. Iets dat Hij nog nooit gezegd heeft.

Dus de op zich verkeerde vraag die Mozes stelt – want hij kon best weten wie God was – die vraag gebruikt God toch om iets nieuws te zeggen, iets heel belangrijks. Dat vinden we in vers 14: toen antwoordde God hem: Ik ben die er zijn zal. Zeg daarom tegen de Israelieten: ‘ik zal er zijn heeft mij naar u toegestuurd’.

Dit is één van de belangrijkste openbaringen van God in woorden dat Hij zegt: Ik ben die ik ben. Ik zal zijn die er zijn zal. Ik ben zoals niemand anders is. En God zegt ook iets heel nieuws over zichzelf: ‘Ik ben die ik ben’. Het is een mysterievolle naam. Het is niet een eenvoudige naam. Het is een naam waar we met elkaar al eeuwen over lopen te dubben: wat betekent dat nou precies. Ik ben die ik ben, ik zal zijn die er zijn zal.

Ga maar op weg. Ik ga met je mee. Ik ben er altijd bij. Die God. Zo zal ik heten. Zo wil ik worden genoemd. De God van Abraham, en de God van Isaac en de God van Jacob is de God die zegt: “Ik ben er altijd voor jullie”. Dat zegt God. En je zou hopen dat Mozes vertrouwen had. Maar Mozes had er geen vertrouwen in.

*

We komen tot de derde niet. Mozes zegt: ik geloof niet. Weer maakte Mozes bezwaar. Ze zullen me vast niet geloven en niet naar me luisteren. Ze zullen wel zeggen: de Heer is helemaal niet aan jou verschenen.

Dus Mozes legt de schuld bij de ander. Zíj zullen me niet geloven. Maar ten diepste belijdt Mozes zijn eigen ongeloof. Hij gelooft het gewoon niet. Ik geloof niet! Ik geloof niet in de Heer die mij roept. Ik geloof niet in de kracht die in zwakheid wordt volbracht. Ik geloof niet in Gods trouw aan Zijn verbond. Ik geloof niet!

God zegt tegen Mozes: Leidt mijn volk uit het land Egypte. En wat gaat Mozes daarmee doen? Helemaal niks. En God is weer geduldig. God is zo ongelofelijk geduldig. Hij geeft een paar wondertekenen. Hij zegt tegen Mozes: doe die wondertekenen en dan komt het allemaal goed.

*

We komen bij de vierde niet. Ik kan niet. Hoofdstuk 4:10. Mozes antwoordde: neemt u me niet kwalijk Heer. Ik ben geen goed spreker, en dat is altijd zo geweest. En daar is geen verandering in gekomen nu u tegen mij, uw dienaar gesproken hebt.

Dus Mozes zegt zoveel als: de afgelopen 5 minuten ben ik door U (God) nog niet veranderd. Dat spreken van mij is drie keer niks. Dus laat u mij dat alstublieft niet doen. U hebt de verkeerde man voor u. U bent aan het verkeerde adres. Ik kan niet spreken.

Dat doet mij denken aan een ander verhaal. Van de roeping van Jeremia. Hij is een jonge profeet. Die wordt op een gegeven moment ook door God geroepen. De Here richtte zich tot mij: Voor dat ik je vormde in de moederschoot had ik je al uitgekozen, voor dat je de moederschoot verliet had ik je al aan mij gewijd, je bent een profeet voor alle volken. Toen riep Jeremia: nee Heer mijn God, ik kan het woord niet voeren. Ik ben te jong. Maar de Heer antwoordde: Zeg niet: ik ben te jong. Richt je tot iedereen naar wie ik je zend en zeg alles wat ik je opdraag. Wees voor niemand bang, want ik zal je terzijde staan en je redden, spreekt de Heer.

Dus voor God is het geen sta in de weg dat Mozes niet zo goed uit zijn woorden kan komen. Ik kan het niet zegt Mozes. Ík kan het wel, zegt God. Ik kan het door jou heen. Je moet je gewoon aan God toevertrouwen. Laat je maar vallen in Zijn armen en Hij zal zorgen dat je kan spreken.

Opnieuw richt God alle aandacht op Zichzelf en niet op Mozes. Mozes, kijk nou niet teveel naar jezelf, maar kijk naar Mij! Wie heeft de mens een mond gegeven? Wie maakt iemand stom of doof, ziende of blind”? Wie anders dan ik de Heer? Ga nu! Toe nou ga nou. Ik zal bij je zijn als je moet spreken. En je de woorden in de mond leggen.

Een geweldige mooie belofte van God. Vertrouw maar op mij. Ik zal je de juiste woorden wel geven, zegt Jezus later ook een keer tegen zijn discipelen. Wanneer ze je uitleveren vraag dan niet bezorgd wat je moet spreken, of wat je moet zeggen. Want wat je moet zeggen zal je op dat moment worden ingegeven. Jullie zijn het niet zélf die spreken, Het is de Geest van jullie Vader die in jullie spreekt. Een prachtige belofte!

Als wij denken dat we niet kunnen spreken, dat we de juiste woorden niet kunnen vinden. Dan zijn we veel teveel met onszelf bezig. En dan zegt God: kijk niet naar jezelf. Kijk naar mij. Ik heb je mond gemaakt, ik geef jezelf de woorden in de mond, ik zal je helpen om te spreken. De Geest is in jou en Hij zal zorgen dat jij de juiste woorden spreekt.

En je zou hopen dat Mozes zich nu gewonnen geeft. Dat hij staande op die stoel zegt hij:oké, nu laat ik mij vallen. En hij zou gemerkt hebben dat God hem had opgevangen.

*

Maar dan komt de vijfde niet: Mozes hield vol. Neemt u mij niet kwalijk Heer. Stuur toch iemand anders. Wie u maar wilt. En dan komt het hoge woord eruit. Heer, ik voel me niet geroepen. Er zijn nog zoveel anderen die dat zouden kunnen doen. En nu kiest u uitgerekend degene uit, die dat niet kan, die dat niet wil, die daarvoor niet deugt en die geen geloof heeft.

Dus het hoge woord komt er nu uit bij Mozes in lange dialoog. Ik wil gewoon niet. Mozes wil met rust gelaten worden. Hij wil schapen weiden. En hij wil geen volk leiden. Lekker rustig op de Drentse hei met schaapjes. Dat is wat Mozes wil. Laat mij maar met rust. Er zijn genoeg anderen.
Natuurlijk het werk moet gebeuren, dat horen we onszelf ook wel eens zeggen. Het werk moet wel gebeuren, maar niet door mij.

En Gods geduld is nu op. Hij wordt kwaad. En herinner je het vuur wat in de doornstruik brandt? Daar zou zo een mooie flinke vuurtong van de doornstruik naar Mozes kunnen gaan en hem verslinden. Maar dat gebeurt niet. God wordt kwaad, maar in zijn toorn wordt Mozes niet verteerd. God gaat met Mozes door.

*

Het verhaal stopt abrupt. Mozes gaat terug naar zijn schoonvader Jethro. En het verhaal gaat verder. Er staat echter niet een moment dat Mozes tegen God zegt: ik geef mij gewonnen. Ik ben helemaal van U. Hier ben ik, gebruik mij maar voor uw fantastische bevrijdende werk. Dat zegt hij niet. Het stopt gewoon met Gods kwaadheid.

God zegt: haal Aaron maar op. Die kan beter spreken. Dat klopt. Mozes heeft wel een kans voorbij laten gaan. Wie heeft jouw mond gemaakt? Wie kan jou de woorden in de mond leggen? Die kans laat je gaan Mozes! Maar toch gaat God met Mozes door. En in het Nieuwe Testament heet dat zo: Hij die u roept is trouw en doet zijn belofte gestand. Dus heel dit verhaal focust onze aandacht niet zozeer op Mozes maar op de God die spreekt.

Laten we terug gaan naar die twee vragen en daar ga ik ook mee afronden. We moeten dit verhaal niet op afstand houden. In de zin van: dat was toen, dat was Mozes. Die moest het volk Israel uit Egypte leiden. Dat hoeven wij gelukkig niet te doen. Dat klopt. Wij hoeven Israel niet uit Egypte te leiden. Wij mogen wel bevrijdend aanwezig zijn in het leven van andere mensen. En wij kunnen ook de stem van God horen.

Dus ik kom terug bij die twee vragen. Wat zegt God tegen mij. Nu, op dit moment! Of morgenmiddag. Of misschien heeft Hij afgelopen week al gesproken ook al heb je nog niet goed geluisterd wat Hij gezegd heeft. Wat zegt God tegen mij en wat ga ik daarmee doen?

Mozes is geen groot voorbeeld in dit opzicht voor ons. En het kan ook niet zijn dat wij ‘nee’ zeggen omdat Mozes ook ‘nee’ zei. Dat zou je in een onbewaakt moment kunnen denken. Andere mensen zeggen ‘nee’, dus, Heer, praat u maar. Ik trek mijn eigen spoor. We mogen geen voorbeeld nemen aan Mozes. We worden in de kerk ook nooit opgeroepen om op Mozes te lijken. We worden geroepen om op Jezus te lijken. En daarom die twee vragen: Wat zegt God tegen mij en wat ga ik daarmee doen?

En dat zijn de twee vragen die ik u mee wil geven deze week. Wat zegt God tegen mij? Want God spreekt. God is een sprekende God. En het is belangrijk dat we afgestemd raken in wat Hij zegt in onze levens. Er zullen momenten zijn in onze levens waarbij je je afvraagt wat voor beslissing je moet nemen.

Iemand heeft je gevraagd of je een taak op je wil. Dat kan in de kerk zijn maar kan ook in de buurt zijn waar je woont.

Of op je werk iets. Er komt iets nieuws naar je toe.

Of je moet overwegen hoe je reageert op iemand die iets tegen je zei en je daarmee zeer deed. Hoe moet je reageren? Wat zegt God tegen je in die situatie?

Of er zijn relaties in je leven waar het moeilijk in is.

Of je bent op zoek naar iemand met wie je je leven zou willen delen. Wat zegt God tegen mij?

En dan gaat natuurlijk de vraag daaraan vooraf hoe je de stem van God kunt horen. En dan zeg ik: allereerst horen wij Gods stem als wij de bijbel opendoen. Dat moeten wij in alle eenvoud ook steeds tegen elkaar zeggen. We kunnen soms ook heel erg gefocust zijn op: Wat zegt God nou tegen mij en dat de bijbel daarbij dicht blijft. God spreekt door zijn Woord.

Maar God is niet alleen maar gebonden aan zijn Woord, God spreekt ook op andere manieren. God wil ook door andere mensen heen spreken. Iemand komt op jouw pad en zegt iets tegen jou. En helemaal als het een broer of zus in de Here is. Luister naar elkaar!

God spreekt door omstandigheden en gebeurtenissen in je leven. Er gebeurt iets en God wil je daarmee iets duidelijk maken.

Ik geloof ook dat God spreekt door onze intuïtie. Dat je een gevoel hebt. En dat gevoel moet dan wel een plek hebben in een liefdevolle en biddende omgang met God. Dat je een gevoel hebt, volgens mij moet ik die kant op. Daar moet je ook naar luisteren. Als één van de manieren waarop God in jouw leven kan spreken. Wat zegt God tegen mij? Luister naar jezelf. Er kunnen herinneringen binnenkomen. Je kunt je heel bewust al biddend richten op God: Heer vertel me wat moet ik doen. En dan luister je biddend. Of dan bid je luisterend.

Voor Mozes is het glashelder: God spreekt. Voor ons is het vaak niet zo helder. We mogen ernaar op zoek gaan. Wat zegt God tegen mij? En ik wil u uitnodigen om u daarop af te stemmen. En die vraag regelmatig stellen. Wat zegt God in deze situatie tegen mij. Leer de stem van de Heer ontdekken. Jezus zegt: Mijn schapen luisteren naar mijn stem. Ik ken ze en ze volgen mij. Iets wat in relatie gebeurt. In relatie van kennen en gekend worden. Luister naar de stem van de Heer. Wat zegt God tegen mij?

En dan de tweede vraag. Wat ga ik er mee doen? Dit is een vraag die er onlosmakelijk mee verbonden is. Je zou kunnen zeggen: ik weet wat God tegen mij zegt maar ik ga er niets mee doen. Voor mij tien anderen.

Wat ga ik doen als ik de stem van God hoor? Gods stem wil mensen in beweging zetten. En God kondigt niet alleen maar een stand van zaken af: zo is het. En dat je dan onveranderd verder kunt gaan. Dat kan best wel een gevaar zijn als je luistert naar Gods woord in de bijbellezing of in een preek. God heeft gesproken en dat kun je ook nog wel beamen. Maar dan ga je weer onveranderd verder. Dat kan! Maar dat is niet wat God wil. God zegt: luister naar Mijn stem. En dan is de vaag wat ga je ermee doen?

Ik kan me voorstellen dat het ook wel een irritante vraag is. En dat je je vragen bij die vraag hebt. Hoezo, moet ik daarmee iets doen? Word ik weer opgezweept? Moet ik weer van alles? Dat is nogwel eens een allergie waarmee je kan zitten. Waarom moet ik nou weer wat? Wat moet ik nu weer doen?

En soms zegt God ook tegen je: Je moet eens even tot rust komen. Stop eens even met van alles en nog wat. Dat kan ook. Ook dat is beweging. God wil ons in beweging brengen door zijn stem. Dat gebeurt dus niet vanzelf. Bij Mozes gebeurde het niet. Maar het is wel wat God op het oog heeft als hij spreekt. Dat er gehoorzaamheid ontstaat in onze levens vanuit de overvloed van Gods genade.

Dus die twee vragen: Wat zegt God tegen mij en wat ga ik daarmee doen? Dat zijn twee vragen die thuis horen in een biddend leven. Ik heb al een paar keer gezegd dat ik hoop dat we in het komende seizoen als gemeente mogen groeien in gebed, persoonlijk en samen. En deze twee vragen helpen ons daarbij. We voelen ook aan dat dit een gebed is. Wat zegt God tegen mij en wat ga ik daarmee doen? Daar kun je alleen maar op een biddende manier mee aan de gang gaan. En ik hoop dat u de vrijmoedigheid van de Geest ontvangt om die vragen ook daadwerkelijk te stellen. En ik hoop dat u de genade ontvangt om ook echt te horen wat God zegt en om tegen Hem te zeggen. Ja Heer. Hier ben IK. Ik wil U dienen. Laten we daar op dit moment ook samen voor bidden….

Heer we willen zitten aan uw voeten. De hoogste plaats is dat. En we willen luisteren naar uw stem Heer. We hebben het evangelie gehoord. Confronterend ook in bepaalde opzichten. Uitnodigend ook. En we willen u vragen of u in onze eigen levens helder wilt spreken. Help ons om die vraag te stellen. God wat zegt u nu precies. Wat vraagt u? Wat bedoelt u? Heer misschien dat er ook op dit moment terwijl we aan het bidden zijn er een situatie in onze gedachten en onze harten is waar we misschien al langer mee worstelen. Misschien is er afgelopen weken iets op ons afgekomen. Misschien komt er op dit moment iets op ons af nu we in deze kerkdienst zijn. En Heer we vragen het aan U, wat zegt U. En heel veel van wat u zegt geldt voor ons allemaal. Als u zegt volg mij, dan kan niemand zich daaraan onttrekken. Maar u zegt soms ook heel specifieke dingen tegen ons die niet voor een ander bestemd zijn. Geef dat we dat kunnen onderscheiden. Geef ons daarvoor uw Heilige Geest. En Heer help ons om door uw Heilige Geest ook in beweging te komen. Niet in eigen kracht, eerder vanuit onze zwakheid, en wilt u ons zo vervullen met uw Heilige Geest. De Geest van beweging en bewogenheid, de Geest van Liefde en zachtmoedigheid en vrede. De Geest die troost, de Geest die confronteerd, de Geest die waait waarheen Hij wil. Heer maak ons daarvoor ontvankelijk dat vragen we omdat u zo’n genadig God bent. In de Naam van Jezus.
AMEN.

Suggestie voor de liturgie
Welkom
Votum en zegengroet, gesproken amen
Liedboek 479 : 1, 2, 3 en 4
Gebed
Lezen: Exodus 3:7-4:17
Psalm 34 : 3, 5 en 8
Preek ‘Ik voel me (niet) geroepen’
Liedboek 473 : 1A, 2V, 3M, 4V, 5A, 6M, 7V, 8M, 9A en 10A (wisselzang)
Het evangelie van Gods wet
Liedboek Gezang 7 : 1 en 4
Voorbeden
Collecte
Psalm 40 : 2, 3 en 4
Zegen en gezongen amen

(Met dank aan Henk WIsselink uit Lelystad voor het uitschrijven van deze preek.)

Advertenties

Een gedachte over “Preek: Ik voel me (niet) geroepen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s