Op zoek naar de man die zegt: ‘Je suis Jesus’. Preek op de zondag na Parijs 7 januari 2015

Preek van Jos Douma in de Zwolse Plantagekerk, zondag 11 januari 2015

je suis jesusGij zult niet doodslaan.
Pleeg geen doodslag.
Vermoord niemand.

Zo klinkt het zesde gebod in verschillende Bijbelvertalingen. Eigenlijk waren we aan het vijfde gebod toe in de prekenserie over ‘Ik tel tot tien. Discipelschap voor beginners’. Maar ik had al eerder besloten om dat gebod even te parkeren voor een later moment en eerst het zesde gebod ter sprake te brengen. En dat heeft na de gebeurtenissen van afgelopen week een ongekende actualiteit en relevantie gekregen.

Vermoord niemand. Dat is wel gebeurd. En het heeft ons deze keer allemaal op een diepe manier geraakt. Het gebeurt trouwens aan de lopende band in onze kapotte wereld, dat mensen op barbaarse wijze worden afgeslacht, ook in Syrie vallen doden, en in Nigeria, waar Boko Haram op barbaarse wijze te werk gaat.

Maar de slachtoffers van afgelopen 7 januari staan voor veel meer dan alleen hun eigen levens en hun gezinnen en vrienden. Ze staan voor de vrijheid van meningsuiting. Ze staan voor het vrije woord in onze wereld.

Er is een ongelooflijke beweging los gekomen na deze brute aanslag in het Frans Parijs die ons in Nederland doet denken aan de moord op Theo van Gogh in 2004 in Amsterdam. En in zekere zin is de impact vergelijkbaar met nine-eleven in 2001 in New York waar veel meer mensen bij omkwamen, maar ook toen werd de wereld geraakt. In het financiële hart, het hart van onze westerse economie. Nu is het het hart van het vrije woord.

Wat mij zo heeft getroffen de afgelopen dagen is dat woorden zo’n belangrijke rol spelen. Ook in een beeldcultuur hebben woorden nog altijd een enorme kracht en spelen woorden een ongelooflijk belangrijke rol. Onze samenleving is er momenteel helemaal vol van.

‘Je Suis Charlie.’ Drie woordjes zijn het, dertien letters, met een enorme impact. Ze vormen het hart van wat onze samenleving wil zeggen. Charlie is niet dood. Geen enkele kalasjnikov kan het vrije woord om zeep helpen.

En nu zijn we hier in de kerk. En ik moest me de afgelopen dagen voorbereiden op wat er hier gezegd moest worden. Wat moet de kerk zeggen na Parijs 7 januari 2015? ‘JeSuisCharlie’?

Wat betekent het om hier in de Plantagekerk verder te gaan na vorige week zondag toen ik aangaf bij mezelf en bij jullie een verlangen te willen aanwakkeren om Jezus – die vriend, die vreemdeling, die soms dichtbij is maar vaak ook ver weg – om Jézus het begin te laten zijn van alles.’ En wat betekenen vandaag deze woorden: ‘Het licht begint te wandelen door het huis en raakt de dingen aan’?

Het viel me op dat sommige uitspraken in de speeches van politici die zich namens ons allemaal keerden tegen het geweld, ook gewelddadige taal bevatten. Dat is sowieso iets waar mijn ogen voor open zijn gegaan. Ik kreeg daar een term voor aangereikt: geweldloosheid, geweldloze communicatie. Dat is een manier van omgaan en communiceren met elkaar waarin liefde, zachtmoedigheid, vergevingsgezindheid en het werkelijk zien van de ander voorop staan. (Tussen haakjes: ik pleit niet voor pacifisme, en ik onderschrijf dat de overheid geroepen is om waar nodig het zwaard te hanteren, bijvoorbeeld in de politie en de krijgsmacht.)

Ook taal kan gewelddadig zijn.
‘Rot toch op!’ zei burgemeester Aboutaleb.
‘Samen maken we een vuíst tegen het geweld!’

En nu moet ík oppassen, en nu moeten wíj oppassen om van een afstandje toe te gaan kijken. En te zeggen: nee, die gewelddadige taal, dat is niet goed. Want we zijn zelf gewelddadige mensen. Nee, we hebben geen kalasjnikovs onder ons bed liggen, maar wel een hart waarin het ook vaak stormt vanwege onvrede, onrust, boosheid, wrok.

Het is goed om in dit verband de Heidelbergse Catechismus er eens bij te pakken. Dat is niet alleen een misschien wat stoffig dogmatisch leerboekje van ruim vierenhalve eeuw oud. Het is ook een beproefde levensregel, die een weg wijst om te gaan voor beginnende discipelen. Bij de uitleg van het zesde gebod ‘Vermoord niemand’ klinken deze woorden (in Zondag 40):

‘Welke weg wijst God in het zesde gebod? Dat ik mijn naaste niet van zijn eer beroof, niet haat, kwets of dood. Dit mag ik niet doen met gedachten, woorden of gebaren en nog veel minder met de daad, ook niet door middel van anderen, maar ik moet juist alle wraakzucht afleggen.’

Herkennen we dat? Dat we onze medemens haten, kwetsen, van zijn eer beroven? Laten we even proberen er contact mee te krijgen:

Ik reageer in mijn gedachten en woorden
nooit/soms/vaak/altijd boos
nooit/soms/vaak/altijd driftig
nooit/soms/vaak/altijd agressief
nooit/soms/vaak/altijd veroordelend
nooit/soms/vaak/altijd haatdragend

‘Je Suis Charlie’. Dat betekent vandaag ook dat we herkennen dat onze eigen gedachten en woorden soms en misschien zelfs vaak kwetsend zijn, beledigend, veroordelend. We schelden, we gebruiken krachttermen, we gaan over de grens. En de liefde is ver te zoeken.

‘Vermoord niemand’, zegt het zesde gebod. En als we nog verder lezen in de Catechismus dan ontdekken we dat het God om meer gaat dan kalasjnikovs. ‘Door de doodslag te verbieden leert God ons ook dat Hij afgunst, haat, toorn en wraakzucht als de wortel van deze zonde haat en dat dit alles voor Hem doodslag is.’

En als we nog iets verder lezen, dan horen we dit: ‘De Heer gebiedt dat wij onze naaste liefhebben als onszelf, jegens hem geduldig, vredelievend, zachtmoedig, barmhartig en vriendelijk zijn, zijn schade zoveel mogelijk voorkomen en dat wij ook onze vijanden goed doen.’

En dan staan we oog in oog met Jezus op de zondag na Parijs 7 januari 2015. Hij kijkt ons aan, zijn licht begint te wandelen door het huis en raakt ons aan. En dat licht is soms ook scherp omdat er een hoop duisternis moet worden opgeklaard:

  • ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeergaat, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht;
  • verzet je niet tegen wie kwaad doet, maar keer wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe;
  • heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen;
  • Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.

Jezus, die zelf geweld niet met geweld beantwoordde, leert ons de weg van geweldloze communicatie te gaan. Heb je vijand lief. Keer je linkerwang toe. En ook: oordeel niet.

Herken je dat ook bij jezelf dat er zoveel oordeel in je denken zit?

Ja, het ging de afgelopen dagen veel over het vrije woord. En ik begrijp heel goed wat daarmee wordt bedoeld. En ik begrijp ook heel goed hoe belangrijk dat vrije woord is voor een democratische samenleving. Maar ik wil zo’n uitdrukking als ‘het vrije woord’ hier in de kerk ook aanleggen tegen het evangelie, het goede nieuws van Gods koninkrijk. Daar gaat het ook over het Woord, daar gaat het ook over vrijheid. Het gaat over het woord dat vrijheid brengt.

‘In het begin was het woord.’
‘In het begin was het vrije Woord.’
‘Waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid.’

Ik denk dat het voor mensen die Jezus willen volgen vandaag een grote uitdaging is om bij het vrije woord niet in de eerste plaats te denken aan onze rechten – dat we altijd mogen zeggen wat we vinden. Het vrije woord is allereerst het Woord dat vrij maakt, is allereerst Jezus die je in zijn vrijheid zet.

En hoezeer we in onze samenleving ook de vrijheid van meningsuiting moeten waarderen, in het spoor van Jezus leren we ook wat ‘blijheid van meningsuiting’ is.

‘Blijheid van meningsuiting’ is dat je je woorden altijd kiest vanuit de vreugde van Christus. Dat je in het spoor gaat van deze woorden van Jezus: ‘Dit zeg ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn.’ Als Jezus communiceert wil hij vreugde brengen, blijdschap. ‘Blijheid van meningsuiting’ is ons verlangen om door onze woorden blijdschap te brengen in het leven van de mensen om ons heen.

Vermoord niemand.

Dat klinkt vandaag in onze oren als een oproep om naar binnen te keren. Even weg bij alle journaalbeelden, alle meningen die worden gegeven over die barbaarse aanslag in Parijs, even weg van er ook steeds zelf wat van willen vinden. Naar binnen keren, het neerwaartse pad van Christus ontdekken, die als hij uitgescholden werd niet terugschold, om te proeven wat er leeft in ons hart en hoofd aan gevoelens en gedachten die zo vaak vol oordeel en wrok en boosheid zijn.

En dan gaan verlangen naar de heilige Geest van liefde, vreugde en vrede. Vergevingsgezindheid en zachtmoedigheid.

En als er licht binnenkomt in onze gebrokenheid, gaat er een nieuw verlangen stromen. Een verlangen dat niet wordt aangeraakt als je blijft zeggen: ‘JeSuisCharlie’. Als je dat blijft scanderen kies je voor de weg van vrijheid van meningsuiting die kwetst en zeer doet en beledigt waar het maar kan omdat dat moet kunnen.

Nee, te midden van al het ‘Je Suis Charlie’ gaan we op zoek naar de man van het begin, de man van ‘In het begin was het Woord’, de man die zegt: ‘Je Suis Jesus’.

Ik ben Jezus. Ik ben er. Ik ben mens geworden. Ik heb me uit de wereld weg laten kruisigen. En toch: Ik ben er. Ik ben de Levende. Ik ben er voor jou. Ik ben er voor de hele wereld. ‘Je Suis Jesus’.

Alleen Jezus brengt echte vrede. Hij zegt: ‘Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan.’ Het is echt een heel andere vrede. Veel dieper, Veel intenser. Veel vreugdevoller.

En later, na zijn osptanding, zegt hij het tegen zijn leerlingen en zo ook tegen ons: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.’ En hij blies over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest.’

En dan mogen we nog één stap verder gaan, vanwege die Geest die waait in onze levens. We gaan zelf zeggen: ‘Je Suis Jesus’. Ik vólg Jezus. Want in het Frans betekent ‘je suis’ ook: ik volg. En toch ook, en dat is een diep geheim: ‘Je Suis Jesus’. Ik ben als Jezus. Ik ben Jezus voor de mensen om me heen.

Dat is het geheim dat we spellen in de kerk. Dat we een worden met Jezus. Hij in mij en ik in hem.

We kunnen verschil maken in deze wereld. We kunnen tekens oprichten van Gods koninkrijk. We kunnen leren om geweldloos te communiceren en om te gáán voor blijheid van meningsuiting. Het kan door Jezus. Niet meer ik maar Christus leeft in mij.

Ik. Ben. Jezus.

Advertisements

5 gedachtes over “Op zoek naar de man die zegt: ‘Je suis Jesus’. Preek op de zondag na Parijs 7 januari 2015

  1. Ja, ik herken die agressie en het oordeel in mijn denken, helemaal na zulke dagen van slecht nieuws. Ik herken ook dat ik niet bij die vrede kan komen als ik maar in mijn hoofd blijf en wel als ik inderdaad naar binnen keer. Dan beschouw ik die boosheid en op een gegeven moment ontstaat er vrede. De boosheid mag er dus wel zijn van mij. Maar ik probeer het minder te uiten en meer innerlijk te bekijken en te verwerken. Ik kijk ernaar als signaal van iets dat in mij is geraakt. Die psychologische benadering werkt voor mij heilzamer dan per se vanuit een christelijk geloof iets met Jezus te moeten. Tenzij ik over Jezus’ vrede denk en hem beschouw als rolmodel. Dank voor je perspectief.

  2. Dank je wel! Het was een emotioneel rommeltje van binnen na de gebeurtenissen in Parijs en alle woorden die erover gesproken werden. Je hebt mij verder geholpen :
    “Waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid.’
    Het vrije woord is allereerst het Woord dat vrij maakt, is allereerst Jezus die je in zijn vrijheid zet.
    Hoezeer we in onze samenleving ook de vrijheid van meningsuiting moeten waarderen, in het spoor van Jezus leren we ook wat ‘blijheid van meningsuiting’ is.” AMEN

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s